Segmentosteotomie 

Het effect van de (tijdelijke) osteolyse na het zagen van bot, het regional acceleratory phenomenon (RAP) , heb ik in deel 1 (TP februari 2012, pag. 4-10) besproken. Evenals bij de daarin getoonde corticotomie treedt RAP op bij een segmentosteotomie.

Bij een segmentosteotomie is een grotere verplaatsing van de gebitselementen mogelijk doordat dan een botstuk met daarin de tanden wordt verplaatst. Door het naar buiten verplaatsen van het segment wordt de benige booglengte vergroot. Hierdoor ontstaat meer ruimte om de gebitselementen uit te lijnen. De in crowding staande elementen kunnen nu, binnen de aanwezige processus alveolaris, gelijkmatig naast elkaar komen te staan.
De segmentosteotomieën zijn uit beeld geraakt door de uitgebreide chirurgie, zoals de LeFort- en verlengingsosteotomieën, in combinatie met verbeterde orthodontische technieken.

In 1995 verscheen in hetNederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde een publicatie van Freihofer en Voorsmit met als titel:‘Is segmentosteotomie van kaken obsoleet?’ , waarin een pleidooi werd gehouden voor het herinvoeren van deze methode/ techniek. In deze publicatie wordt gesteld dat ernstige crowding van bijvoorbeeld het onderfront een contra-indicatie voor een segmentosteotomie is en, als toch tot deze ingreep besloten wordt, de uitgegroeide elementen door beslijpen moeten worden ingekort.

Mogelijk kwamen de auteurs tot deze conclusie door de beperkte interradiculaire ruimte voor de zaagsnede. Zij maakten geen melding van de versnelling van de orthodontie. Wellicht hadden zij het RAP niet of onvoldoende onderkend.
Mijn ervaring is dat zulke crowding uitstekend te behandelen is in combinatie met een segmentosteotomie en daarbij in zeer korte tijd.

Uitvoering

Het uitvoeren van een segmentosteotomie vereist op de eerste plaats goede kennis van deanatomie en de varianten die daarin kunnen voorkomen én een goede chirurgisch- technische vaardigheid – met ontzag voor het weefsel. Naast modellen, een OPT en een RSP, kan een 3D-beeld waardevolle informatie geven. Zo kan de uitloper van de n. alveolaris inf. naar mesiaal ver-schillende vormen en lengtes hebben waardoor deze soms tot onder de incisieven reikt. Er kunnen foramina aan de linguale zijde tegen de mediaanlijn aanwezig zijn waaruit bloedvaten lopen. In het ventrale deel van de mondbodem loopt de arterie sublingualis.

 

 

Bij het loszagen van het segment wordt voornamelijk vanuit buccaal gewerkt. De interradiculaire ruimte ter plaatse van de zaagsnede moet minimaal 2 mm zijn. Tijdens de operatie wordt zo atraumatisch mogelijk gewerkt. De toegang tot de kaak wordt door middel van twee verticale incisies ter hoogte van de verticale zaagsneden verkregen. De horizontale zaagsnede kan worden gemaakt door subperiostaal van de ene incisie naar de andere te tunnelen. Zo doende blijft het segment dubbelgesteeld.

Alle zaagsneden worden tot in de linguale cortex gemaakt; de linguale cortex wordt niet met roterende instrumenten doorboord om mogelijke beschadiging van linguale structuren in de mondbodem te voorkomen. Met een dun osteotoom wordt het laatste stukje losgetikt. Om kanteling van het segment te verhinderen, plaats ik sinds enige tijd in het onderste deel van het segment twee osteosyntheseschroefjes zodat het apicale deel van het segment in ventrale positie gefixeerd wordt. Aansluitend wordt een orthodontische boog aangebracht. Deze boog fixeert het coronale deel van het segment naar ventraal. De bogen worden iedere twee weken verwisseld door een zwaardere boog. Alle patiënten die ik op deze wijze behandelde konden na vier maanden gedebandeerd en afbehandeld worden.

Indicatie

De indicatie voor een segmentosteotomie bestaat bij ernstige crowding van het onderfront met of zonder uitgroei van de elementen, als de verplaatsing om de elementen goed in de boog te krijgen meer dan 3 mm is. Een corticotomie met augmentatie is dan niet toereikend. De indicatie staat los van een daarnaast aanwezige klasse II-kaakrelatie.

Voor de patiënt blijkt de korte duur van de behandeling aantrekkelijk.

Casus (afb. 1-28)

Patiënt is een vrouw van 48 jaar, met 1-premolaarbreedte dentitie en een klasse II-kaakrelatie, met retrusie en uitgroei van het onderfront en de processus alveolaris. Ook na toelichting van de behandelwijze en het tonen van betere esthetische behandelmogelijkheden wil de patiënt nadrukkelijk uitsluitend behandeling van het onderfront en wil zij de klasse IIsituatie handhaven.

De behandeling bestond uit het plaatsen van vaste apparatuur onder, met aansluitend een segmentosteotomie van het onderfront onder. De behandeling werd uitgevoerd onder lokale anesthesie. De ondertandboog werd 7 mm naar labiaal verplaatst. De behandeling werd na vier maanden afgerond en bracht het door de patiënt gewenste resultaat.